Het ongeziene eren met aandacht

Door Arjan Peters

F. Starik
De gastspeler
uitgever: Nieuw Amsterdam
prijs: € 17,50
255 pagina’s
isbn: 978 90 468 0531 2

recensie
fictie
Oordeel bezoekers:?
Vindt u deze recensie waardevol?

Kies
1 ster
2 sterren
3 sterren
4 sterren
5 sterren

In de roman De gastspeler verandert F. Starik een gewone Amsterdamse winkelstraat waar je meer rode tassen ziet (Dirk) dan blauwe (Albert Heijn) in een oord van verwondering.
Het vergt gestage oefening een persoon te worden die niet wordt waargenomen, een voorbijganger, iemand die niet werkelijk deelneemt. Dat leert de verteller die bijna geen naam mag hebben en het met F. moet doen, in De gastspeler van F. Starik (1958). Na een decennium van intensief instuderen, 3 hoog in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, verbreekt F. het stilzwijgen en laat ons delen in zijn vaardigheden. Zijn buurt is het voormalige rommelige krakersbolwerk dat in de jaren tachtig luidruchtig van zich deed spreken. Inmiddels is er veel gesloopt en gebouwd, de populatie is thans een weldadige mengeling van inheems en immigrant, blowende barricadentijgers en geïmporteerde gefortuneerden.

F. hoeft maar uit het raam te kijken of er gebeurt iets. Niet veel misschien, wereldschokkend is een te ruim woord, maar een beetje koekeloeren en slenteren, praatje hier en daar, en er opent zich een wereld die minstens zo intrigerend is en vol cliffhangers als een soap op de televisie. Daar kijkt hij ook naar, F., naar de dagelijkse verwikkelingen in De Gouden Kooi, waarin zeven jonge analfabeten in een villa in de gaten worden gehouden door talloze camera’s die registreren hoe ze hun afgrondelijke verveling uitschreeuwen.

Nee, dán de Staatsliedenbuurt in wat nu (nog) stadsdeel Westerpark heet. Met een videotheek, waarvan de eigenaar zijn ex-geliefde, die eerst eigenaar was, heeft uitgekocht. Of de Kleinste Buurman in F.’s eigen flat, die zijn vrouw in het kinderzitje achterop de fiets neemt. De Voordeeldrogist, die ondanks zijn naam aanmerkelijk duurder is dan het Kruidvat een paar winkels verder. Of de Blokker, met die onbegrijpelijke rijkdom aan sierknikkers, vegers, dozen en doekjes, die de argeloze bezoeker uitnodigen zich ook eens zo’n rommeltje aan te schaffen. Een kopieerwinkel is er ook, en die is vaak dicht, merkte F. op, en na langdurig uitzoeken weet hij hoe dat komt: de dochter van de eigenaar voetbalt ‘in de hoogst denkbare klasse’ en als zij op zaterdag het veld op moet, wil vader aan de zijlijn staan. ‘Sinds kort voetbalt ze kennelijk ook op vrijdag, en maandag zal de training zijn, ook dan is de winkel dicht.’
Die doodgewone winkelstraat met meer rode tassen (Dirk) dan blauw (Albert Heijn) verandert F. in een heertje dat van oplettendheid zijn dagtaak heeft gemaakt. Hij bezit een brommer, maar die is kaduuk, moet hij misschien eens laten repareren, kan hij meteen zijn bril proberen die volgens de buurtopticien ‘uit één stuk chirurgisch staal’ is gelast, bij uitstek geschikt voor vér-zien. Maar ja, aan dichtbij heeft F. voorlopig de handen vol.
Het ongeziene nauwgezet gadeslaan, daarin is hij met de jaren specialist geworden. Was niet altijd zo. Lang geleden zat hij op de kunstacademie, ook toen al was hij een kunstenaar die te laat kwam, ging hij naar Parijs dan was iedereen al geweest en reeds vertrokken, hing hij rond bij een discotheek waar andere verwaaide types rondhingen dan hoorde hij veel later dat uitgerekend dáár en toen, in die tent genaamd Le Bain Douche een live-cd was opgenomen door Joy Division. ‘Niks van gemerkt.’ Moet F. net weer meemaken. Hij kreeg die cd jaren later van de ‘uit de hand gelopen dichter’ Jan Kostwinder, die een jaar later dood was. Ook dat zul je altijd zien.

Tegenover Parc Luxembourg kwam hij trouwens Jan Wolkers met zijn gezin tegen. De schrijver stak meteen van wal toen de jonge kunstenaar hem aansprak: hij moest zijn eigen verhaal, kern, thema vinden, riep Wolkers hem gedreven toe. Klets, dacht de voorbijganger-in-wording, maar intussen kunnen we Jan achteraf groot gelijk geven. Toentertijd wist F. het nog niet, hij leefde in kunstzinnige armoede in een krakershol zonder stromend water – de bebrilde literatuurcriticus van de Volkskrant keek er zijn ogen uit –, hij werd ‘zomaar’ vader en kwam er aldoor maar niet achter hoe ‘de regels van het spel’ luiden, een passant van professie die ‘geen deel van het team uitmaakt’, en die met verwondering toeziet hoe weinig verwonderd zoveel anderen met beide benen op de grond staan, alsof het zo had gemoeten.

Totdat hij begreep dat dat zijn eigen verhaal, kern, thema is. Daarvan getuigt De gastspeler, dat van Westerpark een Wonderpark maakt, een buurt die niemand onbekend voorkomt. Je hebt er alleen altijd naast gekeken.

Om de biotoop van F. te inspecteren, maakte ik onlangs een ommetje rond het Van Limburg Stirum-plein ter plekke. Tal van winkels en winkeliers kwamen me onmiddellijk vertrouwd voor, decorstukken uit een levend boek, personages met alledaagse truien aan, acterend met een naturel dat in speelfilms dikwijls zo node ontbreekt.
Onderweg naar nergens hoorde ik een kraaiende stem in mijn rug: ‘Ha, een wandelaar!’ Een tel later was hij voorbij, maar de opgestoken hand van de fietser beantwoordde ik met een wedergroet, tegen zíjn rug. Dat moet F. geweest zijn. De flits, de naam ontmoeting niet waardig, was te kort om hem mijn waardering voor De gastspeler persoonlijk te kunnen overbrengen. Komt u die onopvallende passant vandaag bij toeval tegen, wees dan zo vriendelijk hem op deze krant attenderen.

Wel opletten, anders loopt u hem mis. Het valt nog niet meteen mee, echt goed kijken. Maar het is te leren.

Gepubliceerd in de Volkskrant van? 24 april 2009 Boeken

Lezers reageren ( 0 reacties)
Reageer

Dit artikel staat open voor reacties. Reageren is vrij mits u zich aan de spelregels houdt.

Geplaatst in Log