KUNST DIE MIJ GELUKKIG MAAKT (6)

Bertus Pieters schrijft: “ De kunst die mij gelukkig maakt, heb ik – als kunstenaar – wel vaak in het hoofd. Als het eenmaal uit het hoofd en af is, is dat weer minder gelukkig.”

Nynke Deinema schrijft: “Voor mij is dat Samuel Beckett. Dan wel zijn boeken. Ik houd niet van toneel. Gortdroog en humorvol hoe de mens wordt neergezet. Een feest van herkenning en troost.”

Anne Min schrijft: “muziek: Monk (straight no chaser), Cannonball Adderley (Sack O’Woe), Mingus (‘Oh lord, don’t let them drop that atomic bomb on me’), muziek die kippenvel gaf, de wereld was rose, je werd ter plekke verliefd, riskeerde alle straffen voor laat thuiskomen, niets deed er meer toe, alleen dat ene.We hebben het hier over de vijftiger jaren, we waren jong en alles was anders geworden door deze muziek. Niet het gevoel dat er een betere wereld zou komen, nee, het was voor ons bestemd dit gevoel, wij maakten deel uit van een groep mensen die kon genieten van iets moois, de rest bouwde een nieuwe wereld op, daar hadden we nog niet zoveel mee te maken. Voor ons gold de kunst in allerlei vormen. Dus de beeldende kunst deed mee, maar de muziek gaf je het gevoel dat het gebeurde. Ja, dat was voor mij het kantelen van een wereldbeeld als ik daar nu over nadenk.
Pretentieus lijkt het me nu en zo zullen anderen vroeger naar ons gekeken hebben.

Eerste indrukmakende schilderij, na alles wat ik bijna met de paplepel kreeg ingegoten door familieleden en dorpsgenoten: Monet (12 of 13 jaar, met de tekenclub naar Amsterdam – voor de tweede keer van m’n leven – om naar het Stedelijk te gaan, aldaar prachtig landschap van Monet gezien, vind het weliswaar nog steeds mooi, maar begrijp tegelijkertijd niet waarom juist dat schilderij me zo aangreep), maar belangrijker nog werd Paul Citroen, getekend portret van Vali Meyers, wat ik daarvan overhield: ik zou portrettekenaar willen worden.

Ik kan nog lang doorgaan geloof ik, ik haalde die jeugd erbij omdat je dan het ontvankelijkst bent, als je ouder bent geworden en zoveel hebt gezien en opgeslagen in je visuele brein, is dat wereldschokkende minder aan de orde.”

Anneke Claus schrijft: “ Onze Lieve Vrouwe van de Slaapkamer. Ze kijkt je aan, ze ontwijkt je blik; ze staart dwars door je heen. De Maria in het iconenluikje dat na de dood van mijn grootmoeder van haar overloop naar de slaapkamer van mijn ouders verhuisde, is als je goed kijkt een beetje scheel, of misschien wel onder invloed: met haar halfdichte ogen en haar raadselachtige glimlach lijkt ze lichtelijk van de wereld. Zie maar, hoe slap haar hand om het – is het mollige kindeke Jezus op haar schoot ligt: ze is hem helemaal vergeten. Ik heb vaak en lang naar die afbeelding staan kijken; een enkele keer totdat ik er raar in mijn hoofd van werd. Ik dacht dat ze als ik maar lang genoeg keek vanzelf wel een keer terug moest kijken, de H.M. Ik dacht: dan vraag ik haar wat er zo grappig is, en of ik ook mee mag lachen. Maar niks, ze speelde ijskoud de Mona Lisa. Ze lachte haar wazige glimlach en gaf haar geheimen niet prijs. Ik weet nog steeds niet of ik dat vervelend of vermakelijk moet vinden. Wel is het een feit dat ik bij mijn ouders altijd even naar de slaapkamer loop om haar te groeten, Maria-die-er-meer-vanaf-weet. Dat ze weet dat ik er weer ben. En dat ik het nog niet heb opgegeven. Wacht maar, op een dag…”

Cor Gout schrijft: “Een foto van Perry Ogden, getiteld ‘beeld van Bacons atelier voor de ontmanteling’ (1992), met meer woorden: beeld van het atelier van de schilder Francis Bacon op Reece Mews 7 in New Kensingtin, Londen, voordat het ontmanteld zal worden en overgebracht naar zijn geboortestad Dublin. We zien een groot opstaand doek (onaf) in het midden van het vertrek, grote doeken (af?) tegen de linker muur, mengsels van verf op de wand en de deur rechts en chaos op de vloer. Waar de chaos uit bestaat? Het is niet allemaal te onderscheiden. Potten, flessen, kwasten, tubes, kisten, dozen, tijdschriften, bladzijden uit boeken en tijdschriften, knipsels, schetsen, onidentificeerbare neergedaalde objecten: chaos waaruit Bacon creëerde. Humus. Ik ken ook een oudere foto van het atelier, met Bacon daarin aanwezig, zijn blik verwonderd, als denkt hij: “Heb ik dit werkelijk allemaal uitgescheten?” Maar deze foto is sterker. Hier ligt potentie die nooit meer zal worden benut. Dit is wat overblijft. Ik kijk naar de chaos op mijn zolder in de Haagse Javastraat, van waaruit de foto van Ogden als vanzelf opdwarrelde. Wanhopig geluk.”

Ilse Starkenburg schrijft: “en Jo Govaerts bundel ‘ waar je naar zit te kijken’, waaruit ik citeer:

Het had van Giacometti
kunnen zijn, maar een veel gevierder
persoon in mijn leven
boetseerde het voor mij….”

Harrie Hageman schrijft: “ik zie zo af en toe een voorstelling die me gelukkig maakt, ik ga bijna iedere week. Twee jaar terug zag ik een solo dansvoorstelling van Anne Teresa de Keersmaeker in de schouwburg, ja daar werd ik erg gelukkig van. De laatste die me gelukkig maakte was de jonge net afgestudeerde theatermaakster, Lizzy Timmers, met haar zelfgemaakte voorstelling Brasilia. Ik werd gelukkig bij een overzichtstentoonstelling van Per Kirkeby in het van Abbe, maar dat is alweer wat jaren geleden. Een keer werd ik erg gelukkig van een schilderij in het Stedelijk, maar ik ben de naam van het werk vergeten. Ook in het Stedelijk, toen ik nog een groentje was in de kunst: ‘n werk van de Koning van wie ik toen nog nooit had gehoord en wat jaren later een werk van Kiefer waar ik toen ook nog nooit van had gehoord en het werk leek op een werk waar ik net mee bezig was. Van de autobiografieën van Canetti werd ik jaren geleden nogal gelukkig. En last but not least, daar is mijn dochter (www.popelcoumou.nl), die toen ze vier was, op de vraag wat ze wilde worden, antwoordde: ‘kunstvrouw’ en dat werd ze, en het gaat haar erg goed, ze maakt mooi werk en exposeert veelvuldig. Bij haar op bezoek komen en met haar over haar werk praten, dat maakt me erg gelukkig. Wanneer je één werk wilt weten, dan kies ik voor een foto die ze vandaag liet opblazen tot 1,8 x 3 meter, wat voor haar een grote stap was. En oja, wat me altijd erg gelukkig maakt is wanneer ik aan het regisseren ben en net wat heb ontdekt waarover ik enthousiast ben en dat de acteurs dan zonder meer bereid zijn uit te voeren. Ben toch nog heel wat keren gelukkig geworden door de kunst, valt me mee, want ik zie nogal wat ellende binnen ons vak…”

Saskia Markx schrijft: “Onlangs fietste ik met man en kind op een kraakheldere winterdag door park Hoge Veluwe. In het Kröller Müller Museum hingen werken uit de verzameling van mevrouw Müller. Veelal Nederlandse realisten. Magisch realisten. De verzameling in zijn geheel was magistraal. Sommige stukken geweldig. Zoals een stilleven van een tafel met een paar flessen erop. Eenvoudig, maar zo scherp geschilderd dat er een schokje door me heen ging. Het hield me even gevangen.
Eend maand later op het strand van IJmuiden. Twee kleuters van drie bijna vier, in dat zelfde magisch realistische licht. Een groot haast verlaten strand. Zij holden achter elkaar langs de vloedlijn. Zijn zoon, mijn dochter, ooit waren we geliefden. En even, een ogenblik, voelde ik me oneindig gelukkig.”

Geplaatst in Log