Eenzame uitvaart nummer 55

Raul Humberto Restrapo, geboren 20-9-1965, Santa Barabara Antioquia, Colombia, overleden 19-1-2006 in zijn woning in Amsterdam.

woensdag 15 maart, 12.45, Nieuwe Oosterbegraafplaats

dichter van dienst: Erik Jan Harmens

De heer Restrapo is omgekomen bij een brand in zijn woning aan de Bruinvisstraat, tengevolge van het bereiden van cocaïne, het tijdstip van overlijden werd vastgesteld op 15.02 uur. Het lichaam werd door de politie op 9 maart vrijgegeven en is een dag later overgebracht naar Uitvaartcentrum Zuid.

Raul is getrouwd geweest, heeft twee kinderen, woonde een tijdlang met vrouw en kinderen in Madrid. Na het stranden van zijn huwelijk kwam hij naar Amsterdam. Zijn ex-vrouw heeft geen geld om voor de uitvaart uit Spanje over te komen. Er is contact geweest met zijn moeder in Colombia, die vroeg het lichaam te cremeren. De as gaat te zijner tijd naar Spanje.

Woensdag. Bewolkt begonnen, klaart de dag snel op tot een heldere zonneschijn bij vrieskou in de schaduwpartijen. De lente laat op zich wachten, terwijl zij zich aankondigt. Na een als liederlijk geafficheerd Boekenbal, gonzend van slaaptekort, huiverend in de winterjas, fiets ik de lange weg van Westerpark naar de Nieuwe Ooster, alwaar dichter van dienst Erik Jan Harmens verwacht wordt om de laatste woorden te spreken tot Raul. Half één draai ik mijn rijwiel de begraafplaats op, ruim op tijd om bij de poort reikhalzend de komst van de dichter te verwachten. Na enige tijd ontwaar ik de komst van Ton van Bokhoven, in een donkerblauwe Polo, die keurig buiten het hek van de begraafplaats parkeert, een kaartje trekt en achter de voorruit deponeert, goed zichtbaar.

In de correspondentie voorafgaand aan de uitvaart liet ik de dichter weten dat men zijn auto eenvoudig de begraafplaats op kan rijden, alwaar het gratis parkeren is, bij aankomst bleek de poort grotendeels gesloten, met een groot bord erop: UITSLUITEND TOEGANG VOOR ROUWAUTO’S. Dat wordt betalen.

Als Ton van Bokhoven zijn parkeerperikelen naar wens heeft afgehandeld, wachten beide mannen in harmonie nog een paar minuten bij de poort. Er zijn beleefdheden uitgewisseld, er is geïnformeerd naar de voortgang van de institutionalisering van de Poule des Doods, er is geconstateerd dat het waarschijnlijk allemaal wel in orde zal komen, maar dat nog moeizame onderhandelingen zullen volgen, om met de illustere voorganger van Van Bokhoven te spreken: het blijven ambtenaren, jongen.
Van de dichter inmiddels geen spoor.

De mannen besluiten zo zoetjesaan eens in de richting van de kleine aula te lopen, waar het afscheid staat geboekt. Bij de grote aula dromt een omvangrijke rouwstoet samen, even vraag ik mij af of de dichter daar verdwaald zal zijn. Dan gaat mijn mobieltje af: het is de dichter, die zich afvraagt waar wij blijven.

Zeven stappen nog, dan zijn we er. De heer Nijman, de uitvaartleider, komt met uitgestrekte handen op ons toegelopen.
‘Daar bent u,’ constateert hij zichtbaar opgelucht. We betreden de allerkleinste aula. Daar wacht ons de dichter, gehuld in een grijs bankpak, streepje, wit overhemd.
Hij heeft een kopje koffie gekregen van de uitvaartleider, in afwachting van de mannen van de Dienst. Of wij ook een kopje koffie willen. ‘Welja,’ zeg ik, ‘dat is mij nog nooit gebeurd: koffie voor de plechtigheid aanvangt, maar waarom niet. Moet kunnen.’ Met mijn roodbevroren handen omklem ik het warme vocht in het minuscule kopje. De heer Nijman vertelt dat hij vlakbij de overledene woont: de brand waarbij het slachtoffer omkwam, die heeft hij zelf gezien. Het was nogal een knal geweest. Een enorme ontploffing. Nog een wonder, dat er verder niemand overleden was. In precies datzelfde huis, vertelt hij, is een paar jaar eerder iemand doodgeschoten, zomaar. In dat huis.

We hebben onze koffie gedronken, bij wijze van voorbeeld sta ik op. ‘Zullen we dan maar beginnen, heren,’stelt Nijman voor. We gaan de kleine aula binnen. Erik Jan Harmens voorop, dan Van Bokhoven, dan ik, en tenslotte de uitvaartleider. Hij sluit de deur achter ons en posteert zich naast de knoppen voor de muziek. De kist staat opgesteld in de cirkel, waar als dit een begrafenis was geweest, de ronde schuifdeuren naar de begraafplaats zouden openen. Als dit geen crematie was, en we de kist hier straks moeten achterlaten. We moeten het zonder dragers stellen. Uit de twaalf stoelen die de kleine aula bevolken kiezen we er drie op de voorste van twee rijen, en laten tussen ieder één stoel vrij, als om onze eigen eenzaamheid hier te benadrukken. Daar zitten we. We hebben alle drie één been over de ander geslagen, hetzelfde, de handen gevouwen op de schoot, we maken geen geluid. ‘Morgenstimmung’ weerklinkt. In deze versie lijkt het nummer extra lang te aarzelen om tot een einde te geraken. Als het eindelijk gelukt is, na nog eens driemaal het thema te hebben hernomen om een eind aan het stuk te breien begint het tweede muziekstuk al. Haastig drukt Nijman op het knopje UIT.

Dan is het stil. De dichter komt naar voren. Nijman hoest. Erik Jan schuift het katheder, waarachter hij plaatsneemt, met een bijna ruwe beweging vijftig centimeter naar voren, dichter naar zijn nu tot twee man geslonken publiek, Nijman niet meegerekend, staande bij de deuropening, één hand aan de muziekknop AAN voor wanneer het afgelopen is.

voor raul humberto restrapo

je wacht al twee maanden op dit moment
men bezag het trappengat en jou
er is contact geweest met je vrouw
de oorzaak van de ramp is bekend

de buren wasten de smog uit de gordijnen
plukten de orde van de dag
terwijl jij de beits van de binnenkant van je laatste schuilplaats
van een laag tinnef voorzag

de dag de knal werden document
in een dossierla ergens weggelegd
waarop je naam en je geboortegat
een zenuwgapend broodwerk van bewijslast

dan terug naar de bruinvisstraat
hoe de dag daar al bij aanvang aftaait
en dan schraal tegen de geluidsmuur stukslaat
de bus naar de stad rijdt op gas

daar ben je in ieder geval weg
al had je je dat anders voorgesteld
je had de doekoe spaarzaam opgeteld
en santa barbara in tiencentmunten op de vloer uitgespeld

reis raul en neem geen sok mee
heb geen pijn om die nog au kunnen roepen
heb geen pijn om die nog pijn kunnen voelen

ik werp de rampkrantknipsels in een denkbeeldige haard
en weet dat jij hier bent niet waar ik nu ben maar hier
waar een arme niet afgereisde moeder slaapt

15 maart 2006
© Erik Jan Harmens

Zo werd gesproken. Voor wie de dichter wel eens heeft horen voorlezen, weerklonk zijn stem op de hem bekende, vlakke, harde toon, bijna emotieloos, en toch op een bijzondere wijze met emotie geladen. Maar nu in een afgezwakte versie, alsof de plaat een toerental te laag werd afgespeeld, moest inleveren, aangepast aan de situatie. Een begrafenis, zelfs als het een crematie betreft, moet wel iets plechtigs hebben. Sacraal. Alle woorden opgedeeld in lettergrepen. Zonder betekenis te verliezen. Meer zeg ik er niet over, want hoe meer ik hiervan spreek, hoe verder ik geraak van hoe de woorden vielen, in de bijna lege zaal. Ze vielen goed, ze kwamen hard aan. We eigenden ons dit leven toe.

Het tweede muziekstuk, al aangekondigd, wordt ingestart waar we gebleven waren. Onverdraaglijk opgewekt. ‘Had ik nu maar Johnny Cash meegenomen,’ bepeins ik bij mezelf. Ik had op de organist gerekend, zinloos om muziek mee te brengen. Iemand zijn brood, immers. Gisterenavond nog schalde ‘Hurt’ door mijn kamertje, dat klopte wel. ‘And you could have it all. My empire of dirt. I will let you down. I will make you hurt.’

Maar zo klinkt het niet. Als de vrolijke tonen van de beste klassiekers zijn uitgeklonken, komt Nijman naar voren en zegt, dat het zijn gewoonte is, om toch nog iets p
ersoonlijks te zeggen, tegen iemand, waarvoor niemand persoonlijk gekomen is, want zoals we hier bijeenzijn, zijn we er toch niet echt persoonlijk, oordeelt hij, en geeft de dode zijn beste wensen mee, en de aanbeveling om, waar hij nu dan ook is, gelukkig te zijn, de hoop uitsprekend dat de overledene zijn rust gevonden heeft, en vrede, godverdomme, vrede, duif van honderd pond!

Deze laatste verwijzing uiteraard voor rekening van uw verslaggever van dienst.

15 maart, © F. Starik

.

Geplaatst in Eenzame Uitvaart