STADSDEELDICHTER VOOR STADSDEEL ZUIDER-AMSTEL

Het Parool van vrijdag 20 oktober jl bericht dat het Amsterdamse stadsdeel Zuider-Amstel op 1 oktober een tweede, of zelfs derde deeldichter heeft benoemd. Nadat Adriaan Jaeggi zichzelf in stadsdeel Centrum tot ‘stadsdichter’ benoemde, Hans Kloos in Westerpark werd geïnstalleerd, koos Zuider-Amstel voor Karel N.L. Grazell (1928).

Blijkens het sfeervolle Parool-artikel bewoont de 78 jarige dichter een piepkleine, schemerige huiskamer aan de Waalstraat in de Amsterdam, alwaar hij de gordijnen permanent gesloten houdt, teneinde zijn boeken te beschermen tegen de schadelijke inwerking van het zonnelicht.
De kamer hangt vol met oorkonden, dichtregels van eigen hand en prijzen, naar eigen zeggen is de voormalige schaker, jurist en reclameschrijver van onder andere de onsterfelijke regel Liever Kips Leverworst Dan Gewone Leverworst, nogal wat geëerd.

Grazell brengt zijn dagen door met dichten en het aanschouwen van Goede Tijden Slechte Tijden waarvan hij nog nooit een uitzending heeft gemist. De dichter is vooral bekend onder zijn pseudoniem Leins Janema.

Ik heb hem even gegoogeld, dat leverde 63 zoekresultaten op.
Op de website van het stadsdeel vinden wij zijn ongetwijfeld zelfgeschreven biografie: “Hij studeerde economie, communicatie, massapsychologie (niet af), werkte als aardappelrooier, assistent belastingconsulent, journalist/verslaggever, correspondent, organisator literaire avonden bij vriendin Claartje Eisenloeffel, medeoprichter NiKa avonden (samen met vriend Nico Knapper), juridisch adviseur, officier (Horeca), maker van pick-up elementen, afdelingschef ten stadhuize, copywriter/creatief verantwoordelijke in (inter)nationale reclamebureaus, marketingmanager, account-executive, below-the-line adviseur, en regisseerde audio-video. Na z’n loopbaan (1984) vrijwilliger: zoals les in velerlei vormen van schrijven, radio en TV/film, marketingadviseur van nonprofit organisaties, soms o.m. dj, presentator TV-film, galeriehouder, lid van raden van advies, ontwerper, ‘incidenteel helpend geheugen’ bij werk over b.v. Vijftigers e.v.a. Braak, Jan Arends, Lucebert, salon Koos Frielink (waar hij enkele keren ‘optrad’).”

Blijkens het Parool beschouwt hij zichzelf als één van de Vijftigers. Hij was in 1946 al ‘avantgardistisch bezig’. Dat hij tot stadsdeeldichter werd verkozen vindt hij ‘wel en niet bijzonder’. Hij is er trots op dat de mensen zijn gedichten zo mooi vinden. Hij voert een onderbuurvrouw op die vroeger nooit gedichten las, maar die van hem wel heel mooi vindt, alsmede een vriendin die wenst dat hij haar op haar sterfbed zijn gedicht zal voorlezen.

.

Geplaatst in Log